Ga naar de hoofdinhoud
Navigatie:

De kaart is het scherm waar u het meest zult zijn. Langs de linkerrand staat een werkbalk met knoppen waarmee u bepaalt wat u ziet en waarmee u kunt meten, kijken en afdrukken.

De werkbalk langs de linkerrand van de kaart

Bepalen wat er op de kaart staat

De bovenste knoppen zetten onderdelen aan en uit. Handig als de kaart te druk wordt:

  • Objecten, Labels en Bestuurder — de voertuigen zelf, hun naam en de bestuurder erbij.
  • Markers, Routes, Zones en KML — de plaatsen en gebieden die u zelf heeft vastgelegd.
  • Clusteren — voegt objecten die dicht bij elkaar staan samen tot één stip. Bij veel voertuigen houdt dat de kaart leesbaar.
  • Staart (live spoor) — trekt een lijn achter een rijdend voertuig aan, zodat u ziet waar het vandaan komt.

Kijken en meten

  • Street View — bekijk een locatie op straatniveau. Handig om te zien hoe een oprit of laadplek eruitziet.
  • Afstand meten en Oppervlakte meten — teken een lijn of een vlak op de kaart en lees direct de afstand of de oppervlakte af.
  • Verkeer — legt de actuele verkeersdrukte over de kaart.
  • Volledig scherm — vergroot de kaart tot het hele venster.
  • Printen — drukt het huidige kaartbeeld af.

Een andere kaartondergrond kiezen

Rechtsboven op de kaart staat het lagenpictogram. Daarmee wisselt u van ondergrond: OpenStreetMap, Mapbox, ArcGIS, Bing, Google, Google satelliet of Google verkeer. Satellietbeeld is prettig om een terrein of parkeerplaats te herkennen; de gewone kaart leest doorgaans rustiger.

Snel het juiste voertuig vinden

Gebruik het zoekveld boven de objectenlijst links. U kunt ook op een object in de lijst klikken om de kaart daarheen te laten springen. Met Zichtbaar op kaart beperkt u de lijst tot wat u op dat moment in beeld heeft.